Trump-regering steunt OpenAI in auteursrechtzaak tegen New York Times
De Amerikaanse regering diende deze week een verklaring in waarin ze stelt dat het trainen van taalmodellen op auteursrechtelijk beschermde tekst onder fair use valt, en kiest daarmee de kant van OpenAI tegen de New York Times.

De Trump-regering heeft zich gemengd in de auteursrechtzaak die de New York Times tegen OpenAI heeft aangespannen, en steunt daarbij het standpunt van het AI-lab dat het trainen van een groot taalmodel op auteursrechtelijk beschermde tekst onder fair use valt. Het is de eerste keer dat de Amerikaanse regering formeel stelling neemt in de golf van rechtszaken tussen uitgevers, auteurs en AI-bedrijven.
De Times klaagde OpenAI en Microsoft in december 2023 aan, met de beschuldiging dat de bedrijven hun AI-systemen zonder toestemming of vergoeding trainden op miljoenen artikelen van de krant, en eiste "miljarden dollars" aan schadevergoeding. Later sloten andere kranten zich bij de zaak aan.
Wat de verklaring van de regering stelt
In een "statement of interest" dat dinsdag werd ingediend bij de federale rechtbank in Manhattan, steunden Amerikaanse advocaten het fair-use-verweer van OpenAI. "The New York Times seeks to narrow fair-use doctrine to exclude the training of OpenAI's large language models (LLMs)", schreven ze. Dat zou onverenigbaar zijn met de basisprincipes van het auteursrecht en "the Progress of Science and useful Arts" ernstig belemmeren.
Grote taalmodellen helpen onderzoekers in tal van vakgebieden nu al aan belangrijke doorbraken. Het beperken van de ontwikkeling van deze modellen op basis van een misvatting over de fair-use-doctrine zou die creatieve en wetenschappelijke vooruitgang afremmen, en tegelijk de welvaart en economische mobiliteit van Amerikanen schaden.
De verklaring omschrijft het trainen van AI-systemen ook als "buitengewoon" transformatief - een cruciale juridische factor bij de beoordeling of het gebruik van beschermd materiaal onder fair use valt in plaats van inbreuk. "De fair-use-toets hangt af van de specifieke feiten en toepassingen in elke zaak", schreven de advocaten, "maar het zou problematisch zijn - en juridisch onjuist - om een brede aansprakelijkheid op te leggen die het trainen van AI-modellen zonder licentie in de praktijk onmogelijk zou maken."
De technische kern van het geschil is eenvoudig: om antwoorden te genereren, worden machine-learningsystemen eerst gevoed met miljarden regels tekst, en chatbots produceren hun antwoorden via statistische analyse van welk woord waarschijnlijk volgt, door de vraag van een gebruiker te vergelijken met patronen die tijdens die training zijn geleerd - precies het proces dat de Times als inbreuk beschouwt.
Een terugkerende juridische tactiek, en een persoonlijke wrok
De Trump-regering leunt vaak op dit soort verklaringen in civiele rechtszaken, een instrument dat een functionaris "ongelooflijk" effectief noemde om beleidsdoelen te behalen. Dit fair-use-standpunt had de regering al eerder vastgelegd in haar "National AI Legislative Framework". Trump koestert bovendien persoonlijke wrok jegens de Times, die hij afzonderlijk aanklaagt wegens smaad.
"AI-dominantie is essentieel voor de nationale veiligheid, welvaart en economische mobiliteit van alle Amerikanen", verklaarde plaatsvervangend procureur-generaal Stanley Woodward Jr. "Deze regering zal nooit toestaan dat ons land wordt benadeeld ten opzichte van buitenlandse rivalen door een duidelijk onjuist begrip van het auteursrecht."
Los daarvan zei Amerikaans minister van Handel Howard Lutnick tegen G20-functionarissen tijdens een bijeenkomst in North Carolina dat landen fair use zouden moeten omarmen voor het trainen van AI, terwijl ze tegelijk een manier zouden moeten vinden om "kunstenaars te beschermen".
Een zaak met mogelijke precedentwerking
De zaak van de Times kan een precedent scheppen voor andere media die in conflict liggen met AI-labs. Auteursrechtelijke geschillen zijn de afgelopen jaren toegenomen: ook het Center for Investigative Reporting, de Chicago Tribune en de New York Daily News hebben OpenAI, Anthropic en Meta aangeklaagd. Rechters blijven verdeeld: de eerste twee die zich vorig jaar over fair use bij AI-training uitspraken, kwamen tot tegengestelde oordelen.
- Een uitspraak uit 2025 oordeelde dat Anthropic zijn modellen legaal mocht trainen op rechtmatig aangekochte boeken, maar wel aansprakelijk bleef voor piraterij - wat leidde tot een schikking van 1,5 miljard dollar met auteurs.
- Tientallen media, waaronder Associated Press, Axel Springer en Vox Media, sloten in plaats daarvan licentieovereenkomsten met OpenAI.
- De New York Times zelf sloot in 2025 een licentieovereenkomst met Amazon, waardoor haar artikelen en recepten kunnen verschijnen in Amazons generatieve AI-tools.
Woordvoerders van de Times en OpenAI reageerden niet meteen op verzoeken om commentaar op de verklaring. Een "statement of interest" heeft een adviserend, geen bindend juridisch gewicht, maar kan wel meewegen in hoe een rechter de aangevoerde argumenten beoordeelt.
Wat dit betekent voor Nederlandse uitgevers
Voor Nederlandse en Belgische uitgevers heeft dit standpunt van de Amerikaanse regering geen rechtstreeks juridisch effect, maar het weegt mee in het internationale krachtenveld: binnen de EU geldt met de DSM-richtlijn auteursrecht een strenger kader, met een naburig recht voor persuitgevers en duidelijker afgebakende uitzonderingen voor tekst- en datamining. Als fair use zich in de VS als wereldwijde norm vestigt, neemt de druk toe op Nederlandse uitgevers om hun striktere licentie-eisen tegenover AI-bedrijven internationaal te verdedigen.
Bronnen
- The Trump administration is supporting OpenAI in the NYT copyright lawsuitThe Verge · 2 september 2026
- Trump administration sides with OpenAI in lawsuit against New York TimesThe Guardian · 2 september 2026



